Zo meet je of AI-assistenten je noemen
In het kort
Een AI-assistent geeft bijna elke keer een ander lijstje, dus één antwoord zegt niets. Meet je aandeel: stel twintig tot dertig klantvragen elk een paar keer, in een nieuw gesprek, en tel hoe vaak je genoemd wordt. Kijk daarnaast naar verwijzingen in Analytics en naar het AI-rapport in Search Console, dat alleen vertoningen laat zien.
Je hebt het waarschijnlijk al gedaan. ChatGPT openen, je vakgebied en je plaats intikken en kijken of je erin staat. Staat je naam erin, dan voelt dat als een overwinning. Staat hij er niet in, dan als een probleem.
Allebei te vroeg gejuicht en te vroeg geschrokken. Vraag het een uur later nog eens en het lijstje is anders. In deze gids lees je hoe je het wel meet, met een spreadsheet en een middag per maand.
Waarom één antwoord niets zegt
Rand Fishkin van SparkToro en Patrick O’Donnell van Gumshoe lieten ongeveer 600 vrijwilligers dezelfde vragen stellen aan ChatGPT, Claude en Google AI, bijna 3.000 keer bij elkaar. Bij ChatGPT en Google AI was de kans kleiner dan 1 op 100 dat twee antwoorden hetzelfde lijstje merken noemden. Hetzelfde lijstje in dezelfde volgorde kwam nog veel minder voor (bron 1).
De onderzoekers zeggen er zelf bij dat het geen wetenschappelijk getoetst onderzoek is. Hun conclusie is wel bruikbaar. Een plek in een AI-antwoord bestaat niet. Wat bestaat, is een kans om genoemd te worden. En een kans meet je door vaak te kijken, niet door één keer te kijken.
Dat is ook goed nieuws. Een concurrent die vandaag in het lijstje staat, staat er morgen misschien niet in. Niemand zit vast op plek één.
Wat je meet, is je aandeel
De maat die we gebruiken is simpel. Je stelt een vraag een aantal keer en telt hoe vaak je genoemd wordt.
Aandeel = keren genoemd / keren gevraagd.
Stel je de vraag “welke sportschool in Amersfoort heeft goede begeleiding?” tien keer en word je drie keer genoemd, dan is je aandeel voor die vraag 30%. Doe dat voor twintig vragen en je hebt een gemiddelde dat iets zegt. Doe het een maand later opnieuw en je ziet of het werk dat je deed, verschil maakt.
Hetzelfde kun je voor je concurrenten bijhouden. Dat kost geen extra werk, want hun namen staan in dezelfde antwoorden.
1. Kies twintig tot dertig vragen
Begin niet bij zoekwoorden, begin bij je klanten. Wat vragen ze aan de telefoon? Wat typen ze in je contactformulier? Wat vraagt een vriend als hij jouw soort bedrijf zoekt?
Maak een mix van drie soorten.
Vragen om een naam. “Welke advocaat in Utrecht doet letselschade?” “Goede juwelier in Den Bosch voor een verlovingsring?” Hier wil je genoemd worden.
Vragen om uitleg. “Wat kost een letselschadeadvocaat?” “Hoe lang duurt het om een ring te laten maken?” Hier wil je dat je site als bron verschijnt.
Vragen om een vergelijking. “Is een sportschool met begeleiding duurder dan een gewone?” Hier zie je welke bronnen de assistent vertrouwt.
Schrijf de vragen op zoals een klant ze zou typen, met spelfouten en al als dat zo is. Een vraag die alleen een marketeer zou stellen, meet niets wat een klant ziet.
2. Stel elke vraag meerdere keren
Kies de assistenten die je klanten gebruiken. Voor de meeste mkb-bedrijven zijn dat ChatGPT en Google, met de AI Overview boven de zoekresultaten. Voeg Perplexity, Gemini of Copilot toe als je weet dat je klanten die gebruiken.
Dan de regels die het verschil maken tussen een meting en een indruk.
Elke keer een nieuw gesprek. In hetzelfde gesprek onthoudt de assistent wat hij net zei.
Uitgelogd, of met het geheugen uit. Een assistent die weet dat jij de eigenaar bent van een sportschool in Amersfoort, kan je vaker noemen dan een vreemde zou zien.
Dezelfde formulering. Pas je de vraag elke keer een beetje aan, dan meet je je eigen variatie.
Minstens vijf keer per vraag. Met twintig vragen, twee assistenten en vijf keer per vraag kom je op tweehonderd antwoorden. Dat klinkt als veel, maar het is een middag kopiëren en plakken.
Bij Google kun je de vraag niet in een nieuw gesprek stellen, maar wel opnieuw zoeken in een privévenster. Een AI Overview verschijnt ook niet bij elke zoekopdracht. Noteer dat dan gewoon.
3. Noteer per antwoord wat je ziet
Een spreadsheet met deze kolommen is genoeg. Datum, assistent, vraag en ronde zeggen wat je deed, de rest wat je zag.
| Kolom | Wat je invult |
|---|---|
| Datum | De dag van de meting |
| Assistent | ChatGPT, Google AI Overview, Perplexity |
| Vraag | Letterlijk de vraag |
| Ronde | 1 tot en met 5 |
| Genoemd | Ja of nee |
| Positie | Als hoeveelste je genoemd werd, leeg als je er niet in stond |
| Bron gelinkt | Ja als een pagina van jouw site als bron werd getoond |
| Concurrenten | De andere namen in het antwoord |
Positie is minder belangrijk dan je zou denken, omdat de volgorde ook steeds verandert. Het helpt wel om te zien of je altijd onderaan een lijst van vijf staat of vaak bovenaan.
De kolom met concurrenten is de nuttigste van allemaal. Na een paar weken zie je welke drie namen steeds terugkomen. Kijk dan welke pagina’s de assistent bij hen als bron noemt. Daar staat meestal precies wat jij nog niet hebt.
4. Kijk wat er binnenkomt
Genoemd worden is één ding. Bezoekers en aanvragen zijn een ander ding. Daarvoor heb je je eigen cijfers nodig.
In Google Analytics
Wie in ChatGPT op een link naar jouw site klikt, komt bij je binnen als verwijzing. In Google Analytics 4 vind je die onder Acquisitie, bij Verkeersacquisitie, als je kijkt naar sessiebron. Zoek naar bronnen als chatgpt.com, perplexity.ai, gemini.google.com en copilot.microsoft.com.
Bij links uit ChatGPT staat er vaak ook utm_source=chatgpt.com in het adres, waardoor Analytics de bron herkent [CHECK]. Kijk zelf in je rapport onder sessiebron of je dat terugziet.
Maak er een eigen kanaalgroep van, bijvoorbeeld “AI-assistenten”, zodat je het per maand naast je gewone zoekverkeer ziet.
In Search Console
Op 3 juni 2026 kondigde Google aparte rapporten aan voor zijn AI-functies in Search Console. Ze laten zien hoe vaak pagina’s van je site verschenen in AI Overviews en AI Mode, per pagina, land, apparaat en datum. Sinds eind augustus 2026 heeft elke site ze (bron 2).
Er staat één cijfer in: vertoningen. Klikken staan er niet in. Je ziet dus welke pagina’s Google in zijn AI-antwoorden gebruikt, maar niet hoeveel bezoekers dat opleverde.
Dat is al meer dan je voor ChatGPT krijgt. Het laat zien welke pagina’s werken, en die kun je verbeteren of als voorbeeld gebruiken voor nieuwe.
Wat je niet kunt meten
Een groot deel blijft onzichtbaar, hoe goed je ook telt.
Mensen die niet klikken. Pew Research volgde het surfgedrag van 900 Amerikanen. Met een AI-samenvatting op het scherm klikten ze in 8% van de bezoeken op een gewoon zoekresultaat, zonder samenvatting in 15%. Op een link in de samenvatting zelf klikte 1% (bron 3). Wie je naam in een antwoord leest, belt je misschien later, of tikt je naam over in Google. In Analytics telt dat als direct verkeer of gewoon zoekverkeer.
Wat de assistent van de training weet. Een deel van wat ChatGPT over je zegt, komt niet uit een zoekopdracht maar uit wat het model eerder leerde. Daar is geen rapport van.
Wat er in gesprekken van anderen gebeurt. Je ziet alleen de antwoorden op je eigen vragen. Een klant die een iets andere vraag stelt, krijgt een ander antwoord.
Daarom combineer je de telling uit je spreadsheet met de cijfers uit Analytics en Search Console. De telling zegt hoe vaak je genoemd wordt. Analytics en je telefoon zeggen of dat iets oplevert. Vraag nieuwe klanten ook gewoon hoe ze je gevonden hebben. Een antwoord als “via ChatGPT” zie je in geen enkel rapport terug.
Een routine van één middag per maand
Eerste maandag van de maand. Stel dezelfde twintig tot dertig vragen, vijf keer per assistent, en vul de spreadsheet aan.
Dezelfde middag. Bereken je aandeel per vraag en gemiddeld. Zet het naast de maand ervoor.
Daarna. Noteer de AI-verwijzingen uit Analytics en de vertoningen uit het AI-rapport in Search Console.
Als laatste. Kies één vraag waar je aandeel laag is en een concurrent hoog. Kijk welke pagina de assistent bij die concurrent als bron noemt. Dat is je klus voor de komende maand.
Houd de vragenlijst een half jaar gelijk. Wie elke maand nieuwe vragen kiest, kan nooit zeggen of hij vooruitgaat.
Wat een stijging betekent
Ga je van 10% naar 30% op een vraag, dan noemt de assistent je drie keer zo vaak. Dat is een echte verandering, ook als het lijstje bij jouw eigen controle toevallig weer zonder jou is.
Google zegt dat voor zijn AI-functies dezelfde regels gelden als voor gewoon zoeken (bron 4). Wat helpt in Google, helpt dus meestal ook in die antwoorden, en je meting laat zien of het bij jou zo uitpakt.
Geen zin om zelf twee middagen te tellen? Vraag de gratis Trafficscan aan. Dan krijg je te zien waar je nu staat, en kun je daarna zelf verder meten met deze methode.
Bronnen
- 1. Search Engine Journal, AI recommendations change with nearly every query (onderzoek van SparkToro en Gumshoe), 2026
- 2. Google Search Central Blog, Introducing Search Generative AI performance reports in Search Console, 3 juni 2026
- 3. Pew Research Center, Google users are less likely to click on links when an AI summary appears in the results, 22 juli 2025
- 4. Google Search Central, AI features and your website, geraadpleegd 26-10-2026


