Hoe snel moet je website zijn? Core Web Vitals in gewone taal
In het kort
Google meet snelheid met drie Core Web Vitals: hoe snel de grootste inhoud staat (goed binnen 2,5 seconden), hoe snel de pagina reageert op een tik (goed binnen 200 milliseconden) en hoeveel hij verspringt (goed tot 0,1). Ze tellen mee voor je positie, maar relevantie gaat voor. Meet met PageSpeed Insights en kijk eerst naar de cijfers van echte bezoekers.
Iemand staat voor de etalage van een juwelier. De deur klemt. Hij duwt nog een keer, de deur gaat open, en net als hij naar binnen wil, verschuift de vitrine een halve meter naar links.
Zo voelt een trage website op een telefoon. Google meet precies die drie dingen, en geeft ze een naam die niemand onthoudt: Core Web Vitals. Hieronder staan ze in gewone taal, met de grenzen die Google zelf hanteert.
De drie metingen
Hoe snel staat de inhoud (LCP)
LCP staat voor Largest Contentful Paint. Het meet hoe lang het duurt voordat het grootste stuk inhoud op het scherm staat, meestal een grote foto of de kop bovenaan.
Goed is binnen 2,5 seconden nadat de pagina begint te laden. Tussen 2,5 en 4 seconden moet het beter. Boven de 4 seconden noemt Google het slecht (bron 2).
In de winkel: hoe lang je voor de deur staat voordat je ziet wat er binnen ligt.
Hoe snel reageert de pagina (INP)
INP staat voor Interaction to Next Paint. Het meet hoe snel de pagina zichtbaar reageert als je klikt, tikt of typt, en dat tijdens het hele bezoek (bron 3).
Goed is 200 milliseconden of minder. Tot 500 milliseconden moet het beter. Daarboven is het slecht (bron 3).
INP is de jongste van de drie. Op 12 maart 2024 verving het FID, dat alleen de eerste klik mat (bron 5). Een pagina die bij de eerste tik snel was maar bij het openen van het menu bleef hangen, scoorde vroeger goed. Nu niet meer.
In de winkel: hoe lang het duurt voordat de deur opengaat als je duwt.
Hoeveel verspringt de pagina (CLS)
CLS staat voor Cumulative Layout Shift. Het meet hoeveel de inhoud onverwacht verschuift tijdens het laden. Je kent het: je wilt op een knop tikken, er laadt nog een foto boven, en je tikt op iets anders.
Goed is een score van 0,1 of minder. Boven 0,25 is het slecht (bron 4). Het is geen tijd maar een getal dat aangeeft hoeveel en hoe ver dingen verschuiven.
In de winkel: de vitrine die verschuift als je hem aanwijst.
De grens geldt voor drie op de vier bezoeken
Google kijkt niet naar je snelste bezoek, en ook niet naar het gemiddelde. De grens geldt voor het 75e percentiel, apart voor mobiel en desktop (bron 1). In gewone taal: drie van de vier bezoeken moeten onder de grens blijven.
Dat is strenger dan het klinkt. Het betekent dat ook de klant met een oude telefoon op een trage verbinding meetelt. En dat is precies de klant die in de trein naar een juwelier zoekt.
Je haalt de toets als je op alle drie de metingen in die drie op de vier bezoeken goed scoort (bron 8).
Wat snelheid doet voor je positie
Hier wordt veel over gezegd, en Google is er vrij duidelijk over.
De Core Web Vitals worden gebruikt door de systemen die zoekresultaten rangschikken. Maar Google probeert altijd de meest relevante inhoud te tonen, ook als de ervaring op die pagina minder goed is. Een goede score betekent niet dat je bovenaan komt (bron 6). Google raadt wel sterk aan om goede Core Web Vitals te halen, voor succes in Search en voor een goede ervaring in het algemeen (bron 7).
Voor de rest van wat Google page experience noemt, zoals of je pagina goed werkt op een telefoon, zegt Google dat die je niet direct hoger laten scoren (bron 6).
Vertaald: snelheid maakt van een slechte pagina geen goede. Maar van twee even goede pagina’s heeft de snelle een streepje voor. En de bezoeker die wél komt, blijft eerder.
Wat snelheid doet voor je verkoop
Hier is het oppassen, want er gaan veel cijfers rond zonder bron. “Elke seconde kost 7% omzet” en vergelijkbare zinnen hebben we niet kunnen herleiden tot een onderzoek dat we zelf konden lezen.
Er is wel een goed gedocumenteerd voorbeeld. Vodafone in Italië testte twee versies van een landingspagina die verder gelijk waren. De versie met een 31% betere LCP leverde 8% meer verkopen op (bron 10). Dat is één bedrijf, één test, uit 2021. Geen wet, wel een aanwijzing dat het verschil echt is.
Meten met echte bezoekers of met een test
Je meet je snelheid gratis met PageSpeed Insights van Google, op pagespeed.web.dev. Je tikt een adres in en krijgt twee soorten cijfers. Het verschil daartussen is waar de meeste verwarring zit.
Gegevens van echte bezoekers. Bovenaan staat een blok met metingen van echte Chrome-gebruikers over de afgelopen 28 dagen. Dat zijn de gegevens die laten zien hoe je site voor mensen werkt (bron 8). Heeft een pagina te weinig bezoekers, dan toont PageSpeed Insights de cijfers van je hele site, en als ook dat te weinig is, helemaal geen echte gegevens (bron 8).
Een labtest. Daaronder staat een score van 0 tot 100 uit een gesimuleerde test. Die is handig om problemen te vinden, omdat hij onder vaste omstandigheden draait (bron 8). Maar het is niet wat je bezoekers ervaren. Een labtest laat bovendien geen echte gebruiker klikken, dus INP kun je er niet goed mee meten. De test geeft daarom een vervangende maat, Total Blocking Time, die helpt om problemen met INP op te sporen (bron 9).
De score van 0 tot 100 schommelt per keer dat je hem draait. Raak niet in paniek bij een 60, en juich niet bij een 95. Kijk naar het blok erboven.
Het rapport in Search Console
Heb je Search Console, dan vind je daar een rapport Core Web Vitals. Het gebruikt gegevens van echte bezoekers, groepeert pagina’s met een vergelijkbare ervaring en toont mobiel en desktop apart (bron 11).
Dat groeperen is handig. Je ziet geen honderd losse pagina’s. Je ziet bijvoorbeeld “alle productpagina’s” met één probleem. Los je dat op in je sjabloon, dan zijn ze allemaal klaar.
Na een reparatie kun je Google laten controleren of het probleem weg is. Search Console volgt het dan 28 dagen (bron 11). Dat is geen traagheid van Google: het zijn gegevens van echte bezoekers, en die moeten eerst binnenkomen.
De gebruikelijke boosdoeners
Waarom is een site traag? Een paar bekende oorzaken om zelf naar te kijken.
Grote foto’s. Een foto van 4 MB rechtstreeks van de camera op je homepage. Vaak de grootste oorzaak van een trage LCP.
Alles tegelijk laden. Chatwidgets, video’s, sliders en pixels van drie advertentieplatforms die allemaal laden voordat de bezoeker iets ziet.
Een zwaar thema. Een websitethema dat elke functie heeft die je ooit zou kunnen willen, en ze ook allemaal laadt.
Ruimte die niet is vrijgehouden. Een foto of advertentie zonder vaste afmetingen duwt de rest van de pagina omlaag als hij binnenkomt. Dat is je CLS.
Voor het oplossen heb je vaak een ontwikkelaar nodig. Maar met deze lijst weet je waar je naar moet vragen.
Vandaag te doen
Meet je belangrijkste pagina. Zet je homepage of je drukst bezochte dienstpagina in PageSpeed Insights. Kies het tabblad voor mobiel en kijk naar het bovenste blok. Staat er dat je de Core Web Vitals haalt? Dan is snelheid niet je eerste probleem.
Open het rapport in Search Console. Kies mobiel, en kijk welke groep pagina’s als slecht staat. Begin daar.
Kijk naar je grootste foto. Hoe groot is de foto bovenaan je homepage? Komt hij rechtstreeks van een camera, dan is hij vaak vele malen groter dan een telefoonscherm nodig heeft.
Een snelle site is geen doel op zich. Het is de deur die opengaat als de klant duwt. Wat er daarna in de winkel moet liggen, staat in onze gids over een pagina per vraag.
Bronnen
- 1. web.dev, Web Vitals, bijgewerkt 31 oktober 2024
- 2. web.dev, Largest Contentful Paint (LCP), bijgewerkt 4 september 2025
- 3. web.dev, Interaction to Next Paint (INP), bijgewerkt 2 september 2025
- 4. web.dev, Cumulative Layout Shift (CLS), bijgewerkt 12 april 2023
- 5. web.dev, Interaction to Next Paint becomes a Core Web Vital on March 12, 31 januari 2024
- 6. Google Search Central, Understanding page experience in Google Search results, bijgewerkt 22 september 2026
- 7. Google Search Central, Understanding Core Web Vitals and Google search results, bijgewerkt 10 december 2025
- 8. Google for Developers, About PageSpeed Insights, bijgewerkt 21 oktober 2024
- 9. web.dev, Why lab and field data can be different, bijgewerkt 18 juli 2022
- 10. web.dev, Vodafone: A 31% improvement in LCP increased sales by 8%, 17 maart 2021
- 11. Search Console Help, Core Web Vitals report, geraadpleegd 26-10-2026


